Beagle

De hoogleraar botanie, John Henslow, introduceerde Darwin bij kapitein Robert Fitzroy van het schip Beagle. In december 1831 vertrok de Beagle richting Zuid America voor een ontdekkingsreis, een reis die een rondje over de aarde zou voeren en vijf jaar zou duren. De focus van Charles was gedurende de reis, het verzamelen van dieren en planten gedurende de reis. Een van de zaken die hij opmerkte was dat de Europese soorten compleet andere eigenschappen hebben dan Zuid-Amerikaanse soorten.

Zeilschip beagle

Zeilschip beagle

De reis startte in Pymouth en voer naar het zuiden langs de kust van Afrika, oversteken van de Atlantische oceaan naar Brazilië, Falkland eilanden, langs de kust van Chili naar de Galápagos eilanden. Daar werd de oversteek gemaakt over de Stille Oceaan naar New Zeeland, Australië, Mauritanië, Kaapstad, via Brazilië terug naar Engeland.

Pas terug in Engeland zette zijn ontdekkingen hem op het spoor van de Evolutie theorie. De meeste en verschillende soorten heeft hij ontdekt op de Galápagos eilanden. De species leken toch wel op de soorten die hij vond op het Zuid Amerikaanse vaste land.

De vraag die bij hem opkwam of het mogelijk was dat planten en dieren verhuizen en zich aanpassen te passen aan de nieuwe omgeving. Dit idee werd voornamelijk gevoed door de vele soorten vinken. Op het ene eiland zag hij een vink met een scherpe spitse snavel en op andere eilanden zag hij identieke vinken maar dan met een botte snavel. Bovendien leken de vinken sterk op een soort vinken die hij had gezien in Zuid-America. Hij meende dat het kon en dat het niet anders kon zijn dat de vogels zich hadden geëvolueerd aan de andere omstandigheden

De theorieën werden pas in 1859 gepubliceerd met als titel “On the origin of species. By means of natural selection”. Hij stelde in de publicatie twee punten.

  • Elke plant of diersoort is ontstaan uit een voorouder. Elke soort kan veranderen doordat sommige individuen gunstige eigenschappen hebben en daardoor meer nakomelingen krijgen dan anderen. Dit fenomeen staat ook wel bekend als de Survival of the fittest. Door de natuurlijke selectie zorgt de natuur er voor dat soorten zich aanpassen aan hun omgeving.
  • Er zin geen twee wezens hetzelfde en dit komt omdat een nieuw wezen een combinatie is van genen van de man en vrouw. Daarnaast kan het voorkomen dat er een toevallige mutatie plaatsvind. Soms is dit handig maar soms is het zelfs schadelijk. In het laatste geval zal dit niet worden doorgeven aan de volgende generatie anders wel.